
Kinderhandel en seksuele uitbuiting
Aantal bij CoMensha gemelde minderjarige slachtoffers van uitbuiting
68
2020
79
2025
Kinderhandel en seksuele uitbuiting
Zo staat het ervoor
Wat gebeurde er in Nederland om kinderhandel en seksuele uitbuiting van kinderen tegen te gaan in het vierde jaar na de laatste aanbevelingen van het VN-Kinderrechtencomité?
Uitbuiting van minderjarigen neemt zowel offline als online toe en wordt steeds complexer. 79 minderjarige slachtoffers van mensenhandel zijn officieel gemeld. Criminele uitbuiting stijgt sterk en ook seksuele uitbuiting neemt toe. Het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme telt ruim 70.000 meldingen van seksueel kindermisbruikmateriaal. Veel slachtoffers zijn jonger dan 12 jaar en een deel wordt gedwongen zelf materiaal te maken. De Hulplijn van Offlimits zag ook een stijging van hulpvragen om ongewenste content offline te halen, ruim 30% betreft een verzoek door een minderjarige.
Er is ernstige onderregistratie van kinderhandel en seksuele uitbuiting. Dit komt door de manier van registreren en het feit dat veel professionals signalen niet melden. Alleen meldingen bij Comensha worden meegeteld. Daarnaast bestaan er anonieme meldingen en signaleren professionals meer uitbuitingssituaties dan in de cijfers zichtbaar zijn. Volgens schattingen krijgt één op de twee jongeren tussen de 12 en 25 jaar te maken met online seksueel misbruik of seksuele intimidatie.
Er worden in 2025 stappen gezet in beleid en aanpak. De modernisering van artikel 273f Sr en de implementatie van de herziene Europese richtlijn versterken slachtofferbescherming, preventie en bedrijfsverantwoordelijkheid. Het Actieplan Samen tegen Mensenhandel wordt periodiek gemonitord. De Autoriteit Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal krijgt meer slagkracht en Offlimits versnelt de afhandeling van verzoeken om kindermisbruikmateriaal online te verwijderen. Keerpunt breidt anonieme onlinehulp uit voor mogelijke slachtoffers van criminele uitbuiting. Ook wordt geïnvesteerd in kennis en training van professionals, wat signalering en interventie moet verbeteren.
FOCUS
Het beter in beeld krijgen en aanpakken van kinderhandel en seksuele uitbuiting in de online wereld.
Definitie
Wat verstaan we onder kinderhandel en seksuele uitbuiting?
Kinderhandel is het rekruteren, vervoeren, overbrengen, huisvesten en ontvangen van een kind door anderen met als doel het kind uit te buiten, zoals in de prostitutie, bedelarij, criminele activiteiten, of kinderarbeid. Seksuele uitbuiting is een belangrijk doeleinde van kinderhandel.
Kengetallen
Hoewel het aantal geregistreerde slachtoffers fluctueert, nemen de ernst en complexiteit van zaken toe. Criminele uitbuiting is de snelst groeiende vorm van uitbuiting onder jongeren: minderjarigen worden gedwongen tot strafbare feiten zoals drugshandel, diefstal of geweldsdelicten, terwijl de feitelijke daders buiten beeld blijven. De invloed van Com-groepen (ronselen via games) is ook in Nederland te zien. Binnen deze groepen worden soms zeer gewelddadige en sadistische methoden ingezet, zoals vernedering, livestreams, groepsdruk en digitale manipulatie, om slachtoffers langdurig te controleren.
Ronselen vindt plaats in zowel de fysieke als de online omgeving en deze versterken elkaar. Scholen zijn een belangrijk doelwit, evenals jeugdzorginstellingen en (open) opvanglocaties, waar kwetsbare jongeren worden benaderd door daders. Tegelijkertijd wordt het contact steeds vaker via sociale media gelegd, op wisselende platforms (bijvoorbeeld Snapchat, Telegram en gamingplatforms). Dit gebeurt vaak via bestaande contacten of via-via binnen sociale netwerken, hoewel het reageren op een willekeurige oproep/opdracht ook voorkomt. Dit vergroot het risico op uitbuiting. Online ronselen vervangt fysiek ronselen dan ook niet, maar is ermee verweven. Daarnaast vinden ronselen en uitbuiting ook binnen families plaats, wat de signalering bemoeilijkt en maakt dat slachtoffers langdurig onder de radar blijven.
De ronselperiode is vaak kort: uitbuiting kan al binnen enkele dagen tot een week na het eerste contact plaatsvinden, met directe en dwingende methoden. Slachtoffers lopen bovendien een groot risico op herhaald slachtofferschap, terwijl hulpverlening zich vaak richt op de acute fase.
Online seksueel misbruik van minderjarigen neemt nog steeds toe en verandert van aard. Jongere kinderen worden slachtoffer, het aantal meldingen groeit sterk en een deel van het beeldmateriaal wordt onder druk door slachtoffers zelf gemaakt. Nieuwe technologieën, zoals deepfakes en het gebruik van internationale netwerken vergroten de complexiteit en impact van het misbruik.
Deze ontwikkelingen laten zien dat uitbuiting van minderjarigen zowel offline als online toeneemt en steeds complexer wordt.
Figuur 1. Aantal bij CoMensha gemelde minderjarige slachtoffers van uitbuiting per vorm van mensenhandel in de periode 2019-2024
Bron: Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, Jaarcijfers Mensenhandel 2024, oktober 2025 p.10
Figuur 2. Aantal (mogelijke) minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting
Bron: CKM, Onzichtbare slachtoffers van mensenhandel, februari 2026, p.10
Figuur 3. Jaarlijkse meldingen van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik bij het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme (TBKK) per jaar in de periode 2019-2024
Bron: Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, Monitor Seksueel Geweld tegen Kinderen 2020-2024
Aanbevelingen VN-Kinderrechtencomité
Aanbeveling 19a.
Ontwikkel de regelgeving en het veiligheidsbeleid verder om de rechten en veiligheid van kinderen in de digitale omgeving te beschermen.
Aanbeveling 19b.
Zorg dat wetten inzake toegang tot informatie en de digitale omgeving het recht van kinderen op privacy respecteren, kinderen tegen schadelijke inhoud en materialen en online risico’s beschermen en voor effectieve methodes zorgen om daders te vervolgen, ook als het gaat om extraterritoriale jurisdictie.
Aanbeveling 39a.
Geef speciale verblijfsvergunningen uit voor alle kinderen die vermeend slachtoffer zijn van mensenhandel, ongeacht gerelateerde strafrechtelijke onderzoeken, en zorg voor genoeg personeel en technische en financiële middelen als ook coördinatie tussen autoriteiten die zich bezighouden met de bescherming van kinderen die slachtoffer zijn van mensenhandel op alle niveaus.
Aanbeveling 39b.
Ontwikkel een systeem voor het monitoren en evalueren van de implementatie van het programma Samen tegen mensenhandel gebaseerd op een helder overzicht van meetbare resultaten en indicatoren.
Aanbeveling 39c.
Zorg dat alle gemeenten strategieën of actieplannen hebben ontwikkeld voor het voorkomen en aanpakken van kinderhandel, inclusief voor online seksuele uitbuiting en criminele uitbuiting door loverboys (mensenhandelaren).
Aanbeveling 42.
Voorkom online handel die seksuele uitbuiting van kinderen en kindermisbruik beoogt en pak dit aan, onder andere als volgt:
- (i): zorg ervoor dat in nationale wetgeving en beleid alle vormen van kinderhandel en seksuele uitbuiting van kinderen die zijn gepleegd of gefaciliteerd via informatie- en communicatietechnologie (ICT) adequaat zijn opgenomen;
- (ii): voer specifieke online analyses, onderzoeken en monitoring uit om beter inzicht te krijgen in online misdrijven en ontwikkel passende aanpakken;
- (iii): zorg ervoor dat internetproviders online materialen die seksueel misbruik bevatten, controleren, blokkeren en onmiddellijk verwijderen;
- (iv): integreer in de verplichte opleidingen voor politieagenten, advocaten, juristen en andere relevante professionals specifieke componenten met betrekking tot online misdrijven en online instrumenten om het traceren van slachtoffers en reddingsacties te faciliteren.
Cijfermatige ontwikkelingen
De meest recente cijfers gaan over 2024. In dat jaar worden 79 minderjarige slachtoffers van mensenhandel gemeld, een stijging van 52% ten opzichte van 2023. Binnenlandse seksuele uitbuiting neemt toe van 18 naar 26 slachtoffers. Vooral criminele uitbuiting van minderjarige slachtoffers neemt toe: van 13 slachtoffers in 2023 naar 42 in 2024. Het merendeel van deze slachtoffers heeft de Nederlandse nationaliteit. Opvallend is dat vooral jongens slachtoffer zijn (29 jongens tegenover 13 meisjes). Meldingen zijn voornamelijk afkomstig van de politie en zorgcoördinatoren, wat het belang van vroege signalering door professionals benadrukt.
Deze cijfers geven echter geen volledig beeld van de omvang. Online uitbuiting en minder zichtbare vormen van uitbuiting zijn lastiger te signaleren en te registreren. Daarnaast raakt een deel van de slachtoffers aanvankelijk ogenschijnlijk vrijwillig betrokken, waardoor zij zichzelf niet als slachtoffer herkennen en ook niet altijd als zodanig door professionals worden geïdentificeerd. Deze zogenoemde atypische slachtoffers – die in sommige gevallen als dader worden gezien – komen daardoor niet altijd in de officiële registraties voor. Professionals in het veld, zoals jongerenwerkers, geven aan dat zij meer (vermoedelijke) uitbuitingssituaties signaleren dan in de cijfers zichtbaar zijn. Deze signalen worden niet altijd of niet op uniforme wijze vastgelegd, wat invloed heeft op de aansluiting tussen signalering en registratie.
Volgens beschikbare gegevens krijgt één op de twee jongeren tussen de 12 en 25 jaar te maken met online seksueel misbruik of seksuele intimidatie. Naar schatting geven 700.000 tot 800.000 jongeren aan hiermee te maken te hebben. Fonds Slachtofferhulp, De onzichtbare werkelijkheid blootgelegd, Een publieksrapportage van onderzoek naar de omvang, gevolgen en behoeften van jongeren na online seksueel misbruik en online seksuele intimidatie, mei 2025. De Hulplijn van Offlimits ziet ook in 2024 een stijging van hulpvragen om ongewenste content offline te halen. Het aantal hulpvragen stijgt van 10.454 in 2023 naar 12.206 in 2024, waarvan ruim 30% een vraag van minderjarigen betrof. Daarnaast verwerkt Offlimits in 2024 ruim 127.000 meldingen van online seksueel kindermisbruikmateriaal en meer dan 600.000 URL’s, waarvan 230.759 als illegaal worden aangemerkt. Ongeveer één op de drie gevallen betreft zelfgemaakt beeldmateriaal, dat vaak onder dwang of misleiding is gemaakt. Het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme van de politie ontvangt 70.000 meldingen, ook een toename ten opzichte van voorgaande jaren. Sinds 2021 is het aantal meldingen bij dit team bijna verdubbeld. Deze stijging hangt onder meer samen met strengere meldingsverplichtingen voor technologiebedrijven vanuit Amerika. Het aantal meldingen vanuit platforms neemt af, onder meer in verband met de invoering van end-to-end encryptie. Hierdoor is het totale aantal meldingen wereldwijd in 2024 juist gedaald. Zelfs met dit effect meegerekend, blijft de toename dus groot.
Deze cijfers laten zien dat informatie- en communicatietechnologie een rol speelt bij verschillende vormen van uitbuiting. In lijn met aanbevelingen 19b en 42(ii–iv) wordt gebruikgemaakt van verschillende opsporingsmethoden, waaronder Open Source Intelligence (OSINT) en webcrawlers, en is er samenwerking met meldpunten en andere partijen.
De beschikbare gegevens laten dus zien dat het aantal meldingen toeneemt, terwijl de zichtbaarheid van bepaalde vormen van seksueel misbruik en uitbuiting beperkt blijft.
Aanbeveling 39a. Aantal (vermeende) buitenlandse slachtoffers van kinderhandel dat een speciale verblijfsvergunning krijgt
Als slachtoffers zonder geldige verblijfsdocumenten in Nederland tijdens de bedenktijd besluiten mee te werken aan een strafrechtelijk onderzoek, komen zij na de bedenktijd in aanmerking voor een verblijfsvergunning mensenhandel (B8). De verblijfsvergunning mensenhandel wordt in 2024 even vaak aangevraagd als in 2023, namelijk 220 keer. Het aantal verleende vergunningen is licht gestegen, van 150 naar 170. Als het strafrechtelijk onderzoek stopt, bijvoorbeeld vanwege een sepot, beëindigt de IND ook het verblijfsrecht. Na drie jaar rechtmatig verblijf op basis van de Verblijfsvergunning Mensenhandel kunnen slachtoffers een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf aanvragen, de zogenoemde B9-vergunning. In 2024 wordt de B9-vergunning 40 keer aangevraagd, tegenover 50 keer in 2023. Het aantal ingewilligde aanvragen blijft gelijk; zowel in 2023 als 2024 is deze vergunning 20 keer verleend. In 2025 is de vergunning 10 keer verleend aan een minderjarig buitenlands slachtoffer van mensenhandel. Dat is aanzienlijk minder dan de jaren daarvoor. In 2025 waren 20 minderjarigen opgenomen in de beschermde opvang, waarvan er 5 met onbekende bestemming zijn verdwenen. Dat wil niet direct zeggen dat zij slachtoffer zijn van mensenhandel, maar het is ook niet uit te sluiten.
Aanbeveling 39c. Aantal gemeenten met strategieën en actieplannen op het voorkomen en aanpakken van kinderhandel
Volgens het interbestuurlijk programma 2018 moesten alle gemeenten in 2022 beleid hebben om mensenhandel te voorkomen en aan te pakken. In 2023 voert 66% van de gemeenten dit beleid. Gebrek aan capaciteit en onvoldoende kennis van mensenhandel zijn belemmeringen bij het formuleren van lokaal beleid. Niet alle actieplannen bevatten specifieke maatregelen tegen kinderhandel. Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) besteedt 70% van de gemeenten aandacht aan ‘kwetsbare groepen’, maar het is onbekend hoeveel gemeenten kinderen expliciet hebben opgenomen in deze plannen. Sinds begin 2024 is er geen nieuwe informatie beschikbaar.
Figuur 4. Aantal gemeenten dat beschikt over beleid gericht op aanpak mensenhandel
Bron: Significant Public, Onderzoek aanpak mensenhandel in gemeenten 2023
Aanbeveling 42b(iii). Hoeveelheid materiaal van kindermisbruik dat verwijderd is door Nederlandse internetproviders
Cijfers 2024: 273.046 meldingen aan Nederlandse politie (TBKK) van Nederlandse zenders en ontvangers van online kindermisbruikmateriaal. Bron: National Centre for Missing and Exploited Children, 2024 CyberTipline Reports by Country, 2025.
Beleidsbeschrijvingen
Aanbeveling 39a.
Speciale verblijfsvergunningen voor vermeende minderjarige slachtoffers
Maatschappelijke organisaties verenigd in het Strategisch Overleg Mensenhandel (SOM) uiten zorgen over de Verblijfsvergunning Mensenhandel (B8/3), die slachtoffers tijdelijk verblijf, opvang en rechtshulp moet bieden. In de praktijk is deze regeling moeilijk toegankelijk voor ongedocumenteerde slachtoffers. Toegang is gekoppeld aan opsporing: alleen de politie kan de vergunning toekennen, terwijl slachtoffers vaak geen aangifte durven doen uit angst voor uitzetting of detentie. Die angst wordt versterkt door recente beleidsontwikkelingen rond het Europese Asiel- en Migratiepact. In de Nederlandse uitwerking blijft detentie van kinderen, inclusief alleenstaande minderjarigen, mogelijk. Dit is geen verplichting van het migratiepact maar een nationale keuze. Wanneer slachtoffers niet tijdig worden herkend als slachtoffer, lopen zij het risico in grensdetentie terecht te komen. Detentie is bovendien schadelijk voor kinderen en staat op gespannen voet met hun belangen.
De vergunning is ook afhankelijk van een opsporingsonderzoek; stopt dit of levert het slachtoffer onvoldoende informatie, dan vervalt het verblijf en daarmee de toegang tot bescherming. Slachtoffers met een Dublinclaim zijn extra terughoudend vanwege risico op uitzetting en detentie. Deze knelpunten tonen dat de B8/3-regeling in de praktijk onvoldoende bescherming biedt en dat de dreiging van detentie slachtoffers ervan kan weerhouden hulp te zoeken.
Aanbeveling 39a. Aanwezigheid van coördinatie tussen autoriteiten en
Aanbeveling 39b. Monitoren en evalueren programma Samen Tegen Mensenhandel
In juli 2025 wordt het Monitoringsoverzicht van het Actieplan van het programma Samen tegen Mensenhandel uitgebracht. Hierin wordt onder meer de voortgang gerapporteerd op actielijn 6, die specifiek is gericht op het versterken van de positie van minderjarige slachtoffers van mensenhandel, waaronder verbetering van signalering, bescherming en toegang tot passende hulp en opvang. Ook zijn er periodieke bijeenkomsten om kennis te delen tussen de verschillende actielijnen en activiteiten af te stemmen. De Tweede Kamer wordt op 4 juli en 15 december 2025 geïnformeerd over de voortgang van het Actieprogramma Samen tegen Mensenhandel.
Aanbeveling 19a., 19b. en 42(i). Regelgeving en beleid rondom de rechten en veiligheid van kinderen online, inclusief alle vormen van kinderhandel en seksuele uitbuiting
Regeerakkoord
Het regeerakkoord van het kabinet-Jetten verankert zowel het Actieplan Samen tegen Mensenhandel als online veiligheid, met nadruk op de bescherming van kinderen en jongeren, bestrijding van uitbuiting en schadelijke online content, en versterkt toezicht op digitale platforms. Beide thema’s krijgen structurele aandacht binnen wetgeving, preventie, hulpverlening en samenwerking tussen autoriteiten en maatschappelijke organisaties.
Wetgeving
Artikel 273f Sr over de strafbaarheid van mensenhandel wordt gemoderniseerd. De herziening is bedoeld om de bescherming van slachtoffers te verbeteren en te reageren op actuele vormen van mensenhandel, waaronder criminele uitbuiting. In het wetsvoorstel heeft kinderhandel een hogere strafbedreiging dan mensenhandel en is de bescherming van kinderen verruimd. De leeftijd van het kind is bepalend, niet of de mensenhandelaar wist of had moeten weten dat het slachtoffer onder de 18 jaar is. Bovendien is niet van belang of de mensenhandelaar geld heeft verdiend aan de minderjarige. Het wetsvoorstel is op 10 juni 2025 aangenomen door de Tweede Kamer en bevindt zich momenteel in de fase van parlementaire behandeling door de Eerste Kamer.
Het wetsvoorstel Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel is op 1 oktober 2025 aangenomen door de Tweede Kamer en klaar voor verdere behandeling. De herziene richtlijn breidt de definitie van mensenhandel uit, versterkt slachtofferrechten, verhoogt straffen en legt meer nadruk op preventie en bedrijfsverantwoordelijkheid.
Online seksueel uitbuiting
In september 2025 presenteert de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Strategie Kinderrechten Online. Deze is gericht op betere onlinebescherming van kinderen door strengere regels, ondersteuning van ouders en scholen, actieve betrokkenheid van jongeren en samenwerking tussen overheid, industrie en maatschappelijke organisaties. Er is geen specifieke aandacht voor online seksueel kindermisbruik.
Daarnaast kondigt staatssecretaris Karremans van Jeugd, Preventie en Sport in juni 2025 in dit kader een richtlijn aan voor het gebruik van sociale media door kinderen, waarin wordt gewerkt met een adviesleeftijdsgrens van 15 jaar voor zelfstandig gebruik van sociale media. Deze richtlijn is bedoeld als handvat voor ouders en scholen om het mediagebruik van kinderen beter te begeleiden en online risico’s te beperken.
In november 2025 bereiken de lidstaten van de Europese Unie een gemeenschappelijk standpunt over de Regulation to prevent and combat child sexual abuse. Nederland onthoudt zich van een stemming. De tijdelijke regeling die ervoor zorgt dat techbedrijven online kindermisbruikmateriaal kunnen detecteren totdat de nieuwe wetgeving in werking treedt, wordt niet verlengd. Wat betekent dat na 3 april 2026 geen kindermisbruik meer wordt gedetecteerd door techbedrijven op hun eigen platforms.
In het kader van de Digital Servive Act (DSA) krijgt Offlimits in 2025 de trusted flagger-status van de Autoriteit Consument en Markt (ACM), waardoor verwijderverzoeken aan techbedrijven versneld kunnen worden opgepakt. Ook wordt in 2025 de slagkracht van de Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) vergroot door nieuwe regels rondom transparantie en informatiedeling. De ATKM publiceert voortaan sanctiebesluiten op haar website en heeft directe toegang gekregen tot relevante politiegegevens om illegale content effectiever op te sporen. Hierdoor kan de ATKM dwingender optreden tegen hostingdiensten die weigeren online kindermisbruikmateriaal of terroristisch materiaal te verwijderen.
Op 26 maart 2026 verbiedt een rechtbank voor het eerst de ‘nudify’-functie, inclusief de mogelijkheid om online kindermisbruikmateriaal te maken. De rechtbank verbiedt AI-chatbot Grok om mensen die in Nederland wonen digitaal te ontkleden. Aangezien Grok niet controleert waar slachtoffers wonen, mag het deze functie nergens ter wereld meer aanbieden. Bij overtreding moet Grok aanzienlijke dwangsommen betalen: 100.000 euro per dag, met een maximum van 10 miljoen euro. Het Europees verbod op uitkleed-apps gaat nog voor de zomer in.
Criminele Uitbuiting
In 2026 investeert de overheid in de doorontwikkeling van het online hulpportaal Keerpunt dat via online outreach op sociale media (potentiële) slachtoffers van criminele uitbuiting naar het platform leidt, waar zij anoniem kunnen chatten met hulpverleners. Doel is ondersteuning en, waar mogelijk, doorverwijzing naar hulpverlening of opsporingsinstanties.
Aanbeveling 42(ii). Analyses, onderzoek en een passende aanpak omtrent online misdrijven
Onderzoek van More in Common
Uit onderzoek van More in Common van oktober 2025 blijkt dat 89% van de Nederlandse ouders zich zorgen maakt over de online veiligheid van hun kinderen en dat zij meer actie van politiek en techbedrijven willen. Ouders zijn gefrustreerd over het gebrek aan maatregelen, waarbij 78% voorstander is van wetgeving die het opsporen en verwijderen van online seksueel kindermisbruik verplicht stelt.
Rapport Online Seksueel Geweld
Op 21 maart 2025 publiceert Boekx Advocaten, in samenwerking met Offlimits, Stichting Landelijk Centrum Seksueel Geweld, Privacy First en Fonds Slachtofferhulp een rapport waaruit blijkt dat de huidige aanpak van online seksueel geweld op bepaalde punten, waaronder handhaving en toezicht, tekortschiet. Aanbevolen wordt om toezicht en samenwerking tussen toezichthouders, politie en OM te verbeteren en preventie en slachtofferondersteuning te versterken. De kabinetsreactie benadrukt de versterking van preventie, slachtofferondersteuning en bestaande wetgeving, maar breidt het mandaat van de Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) niet uit.
Onderzoek Risicotaxatie bij plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik
Uit onderzoek naar transnationaal seksueel kindermisbruik, waaronder livestreaming, blijkt dat tussen de 131.000 en 171.000 Nederlandse mannen zich ooit schuldig hebben gemaakt aan livestreams met minderjarigen. Het onderzoek doet aanbevelingen over de aanpak van deze vorm van seksueel kindermisbruik, met name over capaciteit en over duidelijkheid van de rollen, taken en verantwoordelijkheden van verschillende organisaties in de strafrechtketen.
Aanbeveling 42(iv). Verplichte opleidingen voor professionals m.b.t. online misdrijven en instrumenten
De politie en Hogeschool Rotterdam werken in maart 2025 samen aan een nieuw expertisecentrum. Dit centrum combineert wetenschappelijk onderzoek met praktijkgericht onderwijs om wijkagenten en rechercheurs beter voor te bereiden op complexe uitbuitingszaken.
Meting signaleerders van mensenhandel
In augustus 2025 wordt er in opdracht van het Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel (CoMensha) een nulmeting gedaan om kennis van stakeholders te meten die mogelijk signalen van slachtoffers van seksuele uitbuiting kunnen opvangen, zoals medewerkers van sociale wijkteams, schoolmaatschappelijk werkers en hotelmedewerkers.
Laatste ontwikkelingen
Actieplan Versterken ketenaanpak zedenzaken
Het Actieplan Versterken ketenaanpak zedenzaken wordt in februari 2026 afgerond en heeft geleid tot betere samenwerking, werkprocessen en slachtoffergerichte aanpak. De opbrengsten worden structureel geborgd via onder meer de landelijke zedenmonitor en de ketenexpertgroep.
Wettelijke minimumleeftijd voor prostitutie
Het kabinet heeft in mei 2026 aangekondigd de wettelijke minimumleeftijd voor prostitutie te verhogen van 18 naar 21 jaar. De precieze wettelijke uitwerking hiervan moet nog plaatsvinden.
Herziene Europese slachtofferrechtenrichtlijn
De herziene Europese slachtofferrechtenrichtlijn wordt op 8 juni 2026 formeel aangenomen door de Raad van de Europese Unie. De nieuwe slachtofferrechten moeten uiterlijk in juli 2028 volledig verwerkt zijn in de Nederlandse wetgeving. Voor Nederland betekent dit ondermeer de introductie van het EU-brede hulpnummer 116 006, slachtofferzorg op maat onder één dak (‘one-stop shops’) en de invoering van derden-aangifte,
Website Centraal Informatiepunt Mensenhandel
Op 18 juni wordt de website Centraal Informatiepunt Mensenhandel gelanceerd. Deze komt voort uit het Actieplan Samen tegen Mensenhandel. Het Centraal Informatiepunt Mensenhandel is de centrale plek waar slachtoffers, burgers en professionals duidelijke en betrouwbare informatie kunnen vinden over mensenhandel.
Herziening van Richtlijn 2011/93/EU
Op 22 juni 2026 bereiken de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement een voorlopig akkoord over de herziening van Richtlijn 2011/93/EU. Deze richtlijn gaat over het strafrechtelijke kader voor seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen. Na formele vaststelling en publicatie krijgen lidstaten drie jaar om de nieuwe regels in nationale wetgeving om te zetten.
Wetsvoorstel ter verruiming van de strafbaarheid van psychisch geweld
Op 29 juni 2026 gaat een wetsvoorstel in consultatie om het dreigen met openbaarmaking van seksueel beeldmateriaal strafbaar te stellen als zelfstandig delict, ook wanneer het doel niet is iemand ergens toe te dwingen.
Eerste Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld
Op 13 juli 2026 wordt Judith Kuypers benoemd tot de eerste Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld. Zij start medio september 2026. Zij krijgt de opdracht om meer samenhang en regie te brengen in de aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling en werkt toe naar een Nationaal Actieplan, waarvoor 10 miljoen euro extra beschikbaar is.
Herstel tijdelijke Europese wetgeving voor de detectie van online kindermisbruik
Nadat de tijdelijke Europese wetgeving voor de detectie van online kindermisbruik op 3 april 2026 verliep door politieke onenigheid, stemde het Europees Parlement op 9 juli 2026 in met een hernieuwd akkoord. De Raad van de Europese Unie geeft op 23 juli 2026 de definitieve goedkeuring. De tijdelijke wetgeving is hiermee hersteld en blijft nu van kracht tot 3 april 2028. Wel is er een belangrijke wijziging doorgevoerd: diensten met end-to-end versleuteling (zoals Signal of WhatsApp) zijn in deze tijdelijke variant expliciet uitgesloten van scanning. De wet dient als overbrugging tot de Europese Unie het eens wordt over een permanent juridisch kader (de omstreden CSAM-verordening).
Europese AI Act
Vanaf 2 augustus 2026 zijn nieuwe onderdelen van de Europese AI Act van toepassing, waaronder transparantieverplichtingen voor bepaalde AI-systemen. De Europese Commissie publiceert in juli 2026 richtsnoeren over deze verplichtingen, waaronder het informeren van gebruikers over AI-interactie en het herkenbaar maken van bepaalde AI-gegenereerde of gemanipuleerde content. Daarnaast zijn in 2026 verdere richtsnoeren ontwikkeld over de kwalificatie van AI-systemen als hoog risico.
Interview
/ Celine Verheijen

Geen kind zou eerst zijn slachtofferschap moeten bewijzen om bescherming te krijgen
“Mijn grootste zorg is dat kinderen slachtoffer worden van uitbuiting en wij als samenleving onvoldoende in staat zijn om hen op tijd te herkennen als slachtoffer en te beschermen”, aldus Celine Verheijen, expert op het gebied van kinderhandel en seksuele uitbuiting. Veel kinderen die worden uitgebuit blijven buiten beeld omdat zij zichzelf niet als slachtoffer zien of door professionals niet als slachtoffer worden herkend.
Uitbuiting in de onlinewereld duurt lang voort. Het misbruik houdt namelijk niet op wanneer het fysieke misbruik stopt. Beelden van het misbruik verspreiden zich razendsnel en worden vaak telkens opnieuw bekeken en gedeeld. Volgens Celine wordt de verantwoordelijkheid om uitbuiting te voorkomen nog te vaak bij kinderen en hun ouders gelegd, terwijl ook de overheid, technologiebedrijven en andere betrokken partijen een belangrijke taak hierin hebben.
Kinderen die worden gedwongen tot criminele activiteiten lopen bovendien het risico als dader te worden beschouwd. De mensen die hen uitbuiten, blijven daardoor vaak lang buiten beeld. “Een kind kan onder druk, door bedreiging of door manipulatie betrokken raken bij strafbare feiten en tegelijkertijd degene zijn die juist bescherming nodig heeft.”
Volgens Celine klopt het niet dat kinderen eerst moeten bewijzen dat zij slachtoffer zijn voordat zij de bescherming en hulp krijgen die zij zo hard nodig hebben. Er is grote behoefte aan professionals die signalen herkennen, de omstandigheden van een kind serieus nemen en oog hebben voor mogelijke uitbuiting achter gedrag dat op het eerste gezicht strafbaar lijkt.
De gevolgen verdwijnen niet vanzelf
Wat Celine het meest raakt, is dat kinderen niet alleen de uitbuiting moeten doorstaan, maar vervolgens ook moeten leven met de gevolgen ervan. Angst, schaamte, manipulatie en de dreiging dat anderen erachter komen, hebben een grote impact op hun leven.
“Wat mij raakt, is hoe makkelijk we van kinderen verwachten dat zij zelf om hulp kunnen vragen, terwijl zij vaak bang zijn, zich schuldig voelen of niet weten waar ze terecht kunnen.”
Van losse initiatieven naar structurele bescherming
“Het is hoognodig dat er een structurele aanpak komt waarin het belang en de veiligheid van het kind centraal staan. Dat begint bij betere signalering, verbanden leggen en weten welke interventies nodig zijn. Daarvoor zijn duidelijke verantwoordelijkheden, goede samenwerking en een doorlopende route naar bescherming en passende hulp nodig. Ook wanneer een acute situatie voorbij is, moet ondersteuning beschikbaar blijven. Slachtoffers lopen namelijk altijd het risico om opnieuw uitgebuit te worden.”
Daarnaast moet de onlinebescherming van kinderen volgens Celine steviger worden verankerd. Technologiebedrijven moeten aantoonbaar verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid van hun diensten, misbruik helpen voorkomen en illegaal materiaal snel verwijderen. De overheid moet zorgen voor duidelijke wetgeving, effectief toezicht en voldoende capaciteit voor opsporing en slachtofferhulp. Ook de mogelijke gevolgen van nieuwe technologieën moeten serieus worden aangepakt.
“Om kinderen beter te kunnen beschermen, is er meer inzicht nodig in de werkelijke omvang van kinderhandel en seksuele uitbuiting. Daarom is betere registratie, structurele monitoring en onderzoek noodzakelijk. Dit is ook nodig om te kunnen beoordelen of beleid daadwerkelijk effect heeft.”
Haar oproep is duidelijk:
“Zorg dat een kind voor bescherming niet afhankelijk is van toeval, de oplettendheid van één professional of de moed om zelf aan de bel te trekken. Bescherming moet voor ieder kind altijd beschikbaar zijn.”
OVER DE EXPERT
Celine Verheijen is programmacoördinator seksuele uitbuiting bij Defence for Children (ECPAT Nederland) en expert op het gebied van kinderhandel en uitbuiting. Zij gaf ons haar visie op de belangrijkste kinderrechtelijke uitdagingen rond kinderhandel, seksuele uitbuiting en de bescherming van kinderen, zowel online als offline.