
Kinder- en jongerenparticipatie
Kwantitatieve data over participatie is schaars en kan nog onvoldoende de kwaliteit van kinder- en jongerenparticipatie toelichten.
Kinder- en jongerenparticipatie
Zo staat het ervoor
Wat gebeurde er in Nederland op het gebied van kinder- en jongerenparticipatie in het vierde jaar na de laatste aanbevelingen van het VN-Kinderrechtencomité?
Er is in Nederland nog weinig sprake van structurele kinder- en jongerenparticipatie. Bij maatregelen om kinder- en jongerenparticipatie te versterken ligt de nadruk met name op incidentele participatievormen. Verankering van participatie in wet- en regelgeving blijft achterwege. Hoewel verschillende politici hun steun voor kinder- en jongerenparticipatie laten blijken in moties en kamerstukken, wordt hier weinig concrete opvolging aan gegeven.
Er zijn nauwelijks cijfers bekend over de mate en kwaliteit van kinder- en jongerenparticipatie en data worden nog niet op een uniforme manier verzameld. De data die er zijn, geven een beeld van participatie uitgevoerd door afzonderlijke kinder- en jongerenparticipatie organisaties. Ze zeggen niks over de staat van kinder- en jongerenparticipatie in Nederland, en de opvolging van de VN-aanbevelingen. Kinder- en jongerenparticipatie is in Nederland nog niet structureel verankerd in de wet en daarmee nog grotendeels afhankelijk van de inspanningen van de overheid en andere bestuursorganen.
FOCUS
De mogelijkheid tot participatie; de kwaliteit van participatie; vormen van participatie op verschillende niveaus.
Definitie
Wat verstaan we onder kinder- en jongerenparticipatie?
Elk kind dat in staat is zijn eigen mening te vormen, heeft het recht om vrijelijk zijn mening te uiten over alle aangelegenheden en beslissingen die het kind aangaan. Hierbij wordt aan de mening van het kind het nodige gewicht toegekend in overeenstemming met de leeftijd en mate van volwassenheid van het kind. Daarnaast heeft het kind het recht om gehoord te worden in gerechtelijke en/of administratieve procedures die het kind aangaan. Het is het recht van elk kind, zonder uitzondering (artikel 12 van het VN-Kinderrechtenverdrag).
Kengetallen
Er zijn weinig officiële data beschikbaar over de mate en kwaliteit van participatie van kinderen en jongeren. Om toch een beter beeld te krijgen van de trends en de mate van participatie van kinderen en jongeren in Nederland en op de BES-eilanden is er een vragenlijst uitgezet bij relevante partijen. Vragenlijst Kinderrechten in Beweging thema participatie
De informatie uit de Figuren in dit hoofdstuk is geen weerspiegeling van de staat van kinder- en jongerenparticipatie in Nederland. Ze tonen alleen wat de bevraagde organisaties doen op het gebied van participatie.
Kinderopvangcentra
Verschillende kinderopvangcentra werken met een kinderraad. Hier zijn geen cijfers van bekend. Het hebben van een kinderraad is niet verplicht.
Basisscholen
Cijfers over het aantal leerlingenraden op basisscholen zijn onbekend. Het hebben van een leerlingenraad op de basisschool is niet verplicht.
Medezeggenschapsraden
In het primair en voortgezet onderwijs is het verplicht om een medezeggenschapsraad (MR) te hebben. De MR vertegenwoordigt de personeelsleden, ouders en leerlingen op school en heeft als belangrijke taak om met de schoolleiding mee te denken over het beleid van de schoolorganisatie. In het primair onderwijs zitten geen leerlingen in de MR, maar in het voortgezet onderwijs moet een kwart van de MR leerling zijn. Er zijn geen cijfers bekend van het aantal leerlingen dat deelneemt aan de MR en wat de kwaliteit is van de leerlingparticipatie in de medezeggenschapsraden.
Hoger onderwijs
Nederland telt ongeveer 57 mbo-scholen. Op deze scholen is het verplicht om een studentenraad te hebben. De manier waarop mbo-scholen dit vormgeven verschilt. Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOBmbo) heeft geen cijfers van het aantal jongeren dat betrokken is bij de studentenraden. Volgens de Landelijke Studentenvakbond (LSVB), die de belangen behartigd van hbo- en wo-studenten, zijn er in Nederland 12 studentenraden. Hoeveel jongeren hierbij betrokken zijn is niet bekend.
Online leefwereld
Het internet heeft een compleet nieuwe manier gecreëerd waarop kinderen niet alleen sociaal actief zijn, maar zich ook maatschappelijk betrokken tonen.
Jongeren onder de 18 jaar hebben in Nederland volgens de wet het volledige recht om petities te starten en te ondertekenen, aangezien hier geen minimumleeftijd voor geldt. Hoewel zij hier digitaal actiever in worden (vooral bij maatschappelijke thema’s zoals klimaat, onderwijs en mentaal welzijn), doet het merendeel van de scholieren dit nog maar incidenteel.
De betrokkenheid bij gemeentelijke burgerplatforms (zoals stemtools voor de buurt of online meedenken over beleid) is onder jongeren onder 18 jaar zeer gering. Onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) toont aan dat zij zich online sneller laten horen via informele media (zoals Instagram of TikTok) dan dat zij de weg vinden naar de officiële digitale participatietools van de lokale overheid (zoals Swipocratie, Gemeentepeiler en Fixi).
Sport, cultuur en overig
Er zijn geen cijfers bekend van het aantal kinderen en jongeren dat participeert in sport- en cultuurverenigingen en hoe de kwaliteit hiervan is. Er zijn ook geen cijfers bekend van het aantal kinderen en jongeren dat gehoord wordt in bibliotheken, ziekenhuizen, bedrijven en andere instanties die direct invloed hebben op hun leefomgeving.
Lokale jongereninitiatieven en jongerenraden
Bij de Nationale Jeugdraad (NJR) zijn op dit moment tussen de 70 en 85 lokale jongereninitiatieven en jongerenraden in beeld. De NJR is bezig om het netwerk beter in kaart te brengen. Daarnaast bestaan er verschillende organisaties en initiatieven die de mate van kinder- en jongerenparticipatie in gemeenten in Nederland vergroten, zoals Speaking Minds, Adviesvangers, de Kleine Ambassade, Terra Nova, Stichting Move en Tienskip. Er zijn grote verschillen per provincie. Verschillende gemeenten in Nederland hebben een eigen kinderraad, jongerenraad of andere vorm van kinder- en jongerenparticipatie maar daar zijn geen cijfers van bekend.
Figuur 1. Aantal kinder- en jongerenparticipatie-initiatieven per provincie 2025
Bron: vragenlijst Kinderrechten in Beweging thema participatie Stichting Villa Pinedo, Digital Child Rights, The Oaktree, NJI, NJR, Swipocratie, AUGEO, Kinderpostzegels, Kidsrights, UNICEF Nederland, Save the Children Nederland
Figuur 2. Leeftijd van de kinderen/ jongeren bij participatietrajecten- of activiteiten
Bron: vragenlijst Kinderrechten in Beweging thema participatie
Uit Figuur 2 komt naar voren dat de doelgroep van 12 jaar en jonger het minst wordt bereikt bij participatietrajecten- of activiteiten.
Figuur 3. Kwaliteit van kinder- en jongerenparticipatie
Bron: vragenlijst Kinderrechten in Beweging thema participatie
De voor figuur 3 geraadpleegde organisaties geven aan een diverse groep kinderen en jongeren te bereiken voor hun participatietrajecten- en activiteiten. Dit wijst op inclusieve participatie. Daarentegen komt ook naar voren dat kinder- en jongerenparticipatie niet altijd leidt tot veranderingen in beleid, projecten en besluiten.
Figuur 4. Participatieniveau(s)
Bron: vragenlijst Kinderrechten in Beweging thema participatie
Figuur 4 laat zien dat de participatievormen informeren, raadplegen, dialoog en inspraak ongeveer gelijk verdeeld zijn bij de bevraagde organisaties. Er gebeurt nog het minst op ‘eigen initiatief’.
Politieke acties
De Jeugdmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakt een aantal cijfers bekend over de deelname van jongeren tussen 15 en 25 jaar aan politieke acties. In 2025 doet 26% van de jongeren mee aan een handtekeningenactie, 11% doet mee aan een politieke actie op het internet en 3% benadert de media om invloed uit te oefenen. Daarnaast doet 10% van de jongeren mee aan overige politieke acties, zoals een protestactie, een actiegroep of het benaderen van een politicus.
Landelijke overheid
Kinderrechtenconferentie
Tijdens de kinderrechtenconferentie komen er jaarlijks kinderen uit groep 7 en 8 van basisscholen uit meerdere provincies bij elkaar om aanbevelingen te formuleren over kinderrechtenthema’s. Op 20 november 2025 wonen ongeveer 45 kinderen de landelijke conferentie bij, maar veel meer kinderen (namelijk de basisschoolklassen waar deze kinderen in zitten) krijgen voorafgaand informatie over kinderrechten. Zij geven de kinderen die naar de conferentie gaan ook input mee. Er vindt ook een terugkoppeling plaats in de vorm van een video en een krant die weer in de klassen besproken kan worden. Ministeriële informatie via uitvraag Kinderrechtencollectief 2025
Scholierenverkiezingen
ProDemos organiseert tijdens de Tweede Kamerverkiezingen de landelijke Kinderverkiezingen. Dit zijn schaduwverkiezingen voor het basisonderwijs. Voor de landelijke verkiezingen in 2025 hebben zich ongeveer 300.000 kinderen van 435 scholen, verspreid over heel Nederland, aangemeld om te stemmen. Uiteindelijk hebben 165.798 kinderen hun stem uitgebracht. Dat is het hoogste aantal uitgebrachte stemmen sinds ProDemos de Scholierenverkiezingen in 1994 organiseert.
Politieke jongerenorganisaties
Bijna iedere politieke partij heeft een politieke jongerenorganisatie. Deze organisaties zijn zowel op landelijk als gemeentelijk niveau actief. Iedereen tussen 14 en 27 jaar kan lid worden. Er zijn geen cijfers bekend van het aantal kinderen en jongeren dat actief is in een politieke jongerenorganisatie.
Nationale jongerenvertegenwoordigers
De acht jongerenvertegenwoordigers van de Nationale Jeugdraad (NJR) trekken samen met hun werkgroep het hele land door om van kinderen en jongeren te horen wat zij belangrijk vinden. De input nemen zij in 2025 mee naar 20 conferenties in binnen- en buitenland om beleid te beïnvloeden op de thema’s: Europese zaken, mensenrechten en veiligheid, duurzame ontwikkeling en biodiversiteit en voedsel. In 2025 bereiken de jongerenvertegenwoordigers samen met de ruim 60 jonge vrijwilligers in werkgroepen meer dan 7.000 jongeren, door middel van gastlessen, workshops, jongerencafés, educatieve wandelingen en praatdiners. Zij werken samen met vijf ministeries (VWS, BZ, LVVN, EZK en IenW).
Mentale gezondheid
Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voert structureel overleg met het jongerenpanel mentale gezondheid. Dit panel is vanaf het begin van de ontwikkeling van de Landelijke aanpak mentale gezondheid van ons allemaal betrokken en spreekt tot op heden regelmatig met het ministerie over de voortgang. Er zijn geen cijfers bekend hoeveel minderjarigen betrokken zijn bij dit panel.
Digitalisering
De Jongerenraad Digitalisering van UNICEF Nederland bestaat uit een groep jongeren (12-15 jaar) die meerdere keren per jaar in gesprek gaan met bewindspersonen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) over digitalisering. Tijdens de laatste bijeenkomst was op 19 maart 2026 ging de jongerenraad Digitalisering in gesprek met staatssecretaris Aerdts van Digitale Economie en Soevereiniteit.
Werksessie over wetsvoorstel Reikwijdte
Met een groep van zeven jongeren tussen 16 en 20 jaar is eenmalig gesproken over het wetsvoorstel Reikwijdte. Ministeriële informatie via uitvraag Kinderrechtencollectief 2025
Nationale Jeugdstrategie
In 2025 denken meer dan 12.000 jongeren mee over de invulling van de Nationale Jeugdstrategie. Onderdeel van de ontwikkeling van de jeugdstrategie is de jongerenregiegroep, bestaande uit 100 jongeren van 12 tot 29 jaar. Spreiding in de groep is bepaald op basis van loting: leeftijd, geslacht, provincie, migratieachtergrond. Van de regiegroep is 32% 18 jaar of jonger, net als 20% van de 12.000 jongeren die hebben meegedacht.
Tijdens de regiegroepdagen gaan jongeren in gesprek met beleidsmakers van de ministeries van VWS, OCW, SZW, KGG, Defensie, JenV, BZK, LVVN, IenW, BUZA, VRO.
Daarnaast vinden negen debriefsessies plaats over negen verschillende thema’s met beleidsmakers van bovenstaande ministeries. Hier zijn steeds zo’n 10 jongeren aanwezig. Het is niet exact te achterhalen hoeveel jongeren onder de 18 jaar deelnemen.
Werkbezoek jongerenraad Apeldoorn aan drie ministeries
In 2025 gaat de Jongerenraad van de gemeente Apeldoorn op werkbezoek bij de ministeries van BSK, VWS en Defensie. Er gaan 25 jongeren onder de 18 jaar mee. Ministeriële informatie via uitvraag Kinderrechtencollectief 2025
Tijdens dit werkbezoek nemen jongeren deel aan verschillende workshops, waarin zij in gesprek gaan en samenwerken met beleidsmakers. Hiermee leveren zij input voor beleidsvraagstukken en wordt jongerenparticipatie in beleidsontwikkeling bevorderd.
Nationaal burgerberaad klimaat – Kinderklimaattop
De Kinderklimaattop op 18 mei 2025 bestaat uit twee bijeenkomsten, een bijeenkomst met 30 kinderen van 7 t/m 13 jaar en een bijeenkomst met 30 kinderen van 9 t/m 12 jaar. Tijdens deze bijeenkomsten gaan kinderen en jongeren in gesprek over maatschappelijke thema’s en leveren zij input voor beleidsvraagstukken. De input van de Kinderklimaattop is meegenomen in het advies van het Nationaal Burgerberaad Klimaat, dat wordt aangeboden aan het kabinet en de Tweede Kamer. Hiermee is de stem van kinderen en jongeren indirect ingebracht in parlementaire beleidsvorming over klimaat.
Wetswijzigingen jeugdhulp
Jongerenorganisatie Expex, een organisatie van getrainde jongeren die ervaring hebben in de jeugdhulp of het gemis daarvan, is structureel betrokken bij de transformatie van gesloten jeugdhulp. Er is elke drie weken afstemmingsoverleg. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ondersteunt Expex bij dit proces met financiële middelen (ophoging van projectsubsidie met 60.000 euro voor 2024 en 2025. Ook is er tijdens het wetstraject over de wetswijziging Nachtelijke insluiting in gesloten jeugdhulp een sessie met jongeren. Hun leeftijden zijn niet gedocumenteerd. Voor de wetswijziging Chillruimte is er overleg met ExpEx en het Jeugd Welzijnsberaad.
Onderzoek sportpas
In de zomer van 2025 wordt onderzoek uitgevoerd onder jongeren voor de ontwikkeling van de sportpas, een initiatief om sporten en bewegen toegankelijker te maken voor jongeren van 12 tot 23 jaar. De vragenlijst is uitgezet via de online research community Ik denk mee van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en via jongerenpanels van onder andere UNICEF Nederland. In totaal doen 136 jongeren mee aan het onderzoek, waarvan 51 jongeren onder de 18 jaar (12-17 jaar). De opgehaalde inzichten zijn gebruikt bij de voorbereiding en inrichting van pilots met de sportpas in drie gemeenten en worden meegenomen in de verdere beleidsvorming.
Slotevent Museum van de Toekomst
Tijdens het traject Museum van de Toekomst gaan zeven jongeren (doelgroep 16–26 jaar) in gesprek met musea, beleidsmakers en cultuurpartners over een toekomstbestendige, duurzame en inclusieve museumsector. Jongeren hebben hierbij een actieve rol als gespreksleider, mede-ontwerper en vertegenwoordiger van het jongerenperspectief. Het slotevent levert inzichten op over duurzaamheid, beleid, bestuur en jongerenparticipatie in de museumsector. Daarbij komt naar voren dat duurzaamheid niet alleen betrekking heeft op ecologische vraagstukken, maar ook op sociale en culturele thema’s zoals inclusie, dialoog en perspectief. De gesprekken onderstrepen de waarde van jongerenparticipatie en bevestigen de belangrijke rol die musea kunnen spelen bij het stimuleren van reflectie, verbinding en handelingsperspectief. Ministeriële informatie via uitvraag Kinderrechtencollectief 2025
Serious game
12 jongeren (15-25 jaar) doen mee aan het spel serious game Erfgoed en Klimaatverandering bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). In het spel beleven de jongeren een klimaatramp. Zo ervaren ze welke dilemma’s er komen kijken bij klimaatverandering en het behoud en beheer van erfgoed. Ministeriële informatie via uitvraag Kinderrechtencollectief 2025 De RCE heeft de uitkomst van het spel gebruikt voor zijn strategische verkenning Extreme Klimaateffecten. Daarnaast wordt de input gebruikt voor de Nationale Adaptatiestrategie die door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ontwikkelt.
Pizzasessie Informatiepunt Duurzaam in het Onderwijs
Bij de ontwikkeling van het Informatiepunt Duurzaamheid in het Onderwijs is een pizzasessie georganiseerd met 16 jongeren (doelgroep 13–25 jaar). Deze sessie is georganiseerd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland om inzicht te krijgen in de behoeften en wensen van jongeren.
De opgehaalde input is meegenomen in de verdere uitwerking van het informatiepunt. Jongeren benadrukken onder meer het belang van een toegankelijke en aantrekkelijke vormgeving, inspirerende praktijkvoorbeelden, een overzicht van initiatieven per regio, een positieve toon en het gebruik van sociale media voor communicatie. Ook geven zij aan dat het informatiepunt zich primair zou moeten richten op onderwijsprofessionals, terwijl het daarnaast relevant kan zijn voor bijvoorbeeld studentenraden.
Hoorrecht kinderen in gerechtelijke of administratieve procedures
Op dit moment zijn er geen cijfers bekend van het aantal kinderen dat een verzoek op hoorrecht heeft ingediend bij gerechtelijke of administratieve procedures en hoeveel daarvan door rechters gehonoreerd zijn.
Kindgesprek
De rechter kan in alle zaken waar een kind bij betrokken is (ongeacht leeftijd) een kindgesprek voorstellen. Kinderen tussen de 12 en 18 jaar worden standaard uitgenodigd voor een kindgesprek (alleen bij alimentatiezaken gebeurt dit vanaf 16 jaar). Bij kinderen jonger dan 12 vindt er alleen een kindgesprek plaats als een rechter dat beslist.
Het horen van minderjarigen van 8 tot 12 jaar speelt jaarlijks bij 1.000 zaken. Dit betreft zowel Gezag en Omvang-zaken als jeugdbeschermingszaken. Daarnaast zijn er curatele, bewind en mentorschap zaken (CBM-zaken). Van de in totaal 4.000 CBM-zaken betreft 18% (dus ongeveer 720 zaken) kinderen in de leeftijd van 8 tot 12 jaar. Ministeriële informatie via uitvraag Kinderrechtencollectief 2025 De rechtspraak registreert niet apart het aantal kindgesprekken dat daadwerkelijk gevoerd wordt. Er zijn hierdoor geen precieze cijfers beschikbaar over het aantal gehoorde kinderen ouder dan 12 jaar.
Training voor alle relevante professionals die met en voor kinderen werken
Figuur 5. Geeft wel/geen training aan professionals over het VN-Kinderrechtenverdrag, artikel 12 in het bijzonder
Bron: vragenlijst Kinderrechten in Beweging thema participatie
De organisaties die de vragenlijst Kinderrechten in Beweging invulden, bereikten samen circa 1000 professionals (let op: dit getal is een grove schatting)
Figuur 5 laat zien dat 60% van de bevraagde organisaties training geeft aan professionals, en 40% niet. De figuur maakt niet inzichtelijk welke professionals hierbij zijn bereikt.
Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geeft aan dat het aantal professionals dat scholing krijgt niet te benoemen is. Ook worden er geen specifieke middelen vrijgemaakt voor de professionalisering van docenten en/of andere onderwijsprofessionals.
Aanbevelingen VN-Kinderrechtencomité
Aanbeveling 17a.
Schaf maximumleeftijden helemaal af voor het recht van kinderen om hun mening te geven over alle onderwerpen die hen aangaan en zorg ervoor dat alle kinderen, ook kinderen onder de 12 jaar, hun mening kunnen geven en gehoord worden bij alle beslissingen die hen aangaan, ook in de rechtbank en in civiele procedures.
Aanbeveling 17b.
Ga door met het verbeteren van maatregelen die de betekenisvolle en bevoegde deelname van alle kinderen bevorderen, inclusief kinderen in achtergestelde omstandigheden, binnen het gezin, in de gemeenschap, op scholen en bij beleidsontwikkeling op gemeenteniveau en nationaal niveau, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van pakketten met materialen om kinderen te raadplegen over nationale beleidszaken en door ervoor te zorgen dat de uitkomsten van kinderraden consequent worden meegenomen in openbare besluitvorming.
Aanbeveling 17c.
Zorg ervoor dat alle relevante professionals, inclusief docenten en jeugdzorgprofessionals, die met en voor kinderen werken regelmatig adequate scholing krijgen over het recht van het kind om gehoord te worden en het recht dat er met zijn of haar mening rekening wordt gehouden passend bij de leeftijd en de mate van volwassenheid van het kind.
Cijfermatige ontwikkelingen
Er zijn momenteel weinig officiële data beschikbaar over de mate en kwaliteit van participatie van kinderen en jongeren. Doordat de meeste data niet jaarlijks gemonitord worden valt er weinig te zeggen over de cijfermatige ontwikkelingen naar aanleiding van de aanbevelingen. De mate van participatie zegt weinig tot niets over de kwaliteit van participatie en de kwaliteit van participatie wordt vooralsnog niet eenduidig gemeten.
Aanbeveling 17b. Ga door met het verbeteren van maatregelen die deelname van kinderen bevorderen
Middelbare scholen
Bij het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) zijn ongeveer 350 leerlingenraden van middelbare scholen aangesloten. Waarschijnlijk zijn er in werkelijkheid meer leerlingenraden, omdat ze niet allemaal zijn aangesloten bij LAKS. Het hebben van een leerlingenraad op de middelbare school is niet verplicht. In de LAKS monitor 2026, waaraan 31.902 leerlingen deelnamen, geeft 28% van de leerlingen aan dat ze niet tevreden zijn over wat de school met hun mening of ideeën doet. Aan 14% van de leerlingen wordt wel eens gevraagd wat ze van de lessen vinden; aan meer dan de helft wordt dit nooit gevraagd. 59% van de leerlingen geeft aan dat ze weten waar ze moeten zijn als ze een klacht hebben.
Figuur 6. Leerlingenparticipatie volgens de LAKS-monitor
Provincies en BES-eilanden
Tijdens het Provinciaal Jeugddebat (onderdeel van het Nationaal Jeugddebat van de Nationale Jeugdraad) kunnen jongeren tussen de 12 en 18 jaar aan politici vertellen wat zij denken, of welke oplossingen zij voor problemen in de samenleving zien. Ieder jaar reizen er jongeren af naar de provinciehuizen om daar de zetels van politici in te nemen en hun stem te laten horen. Aan de editie van 2025/2026 doen 434 jongeren mee aan de Provinciale Jeugddebatten.
In 2024/2025 deden 465 jongeren mee en in 2023/2024 456 jongeren.
Op de BES-eilanden zijn kinderen en jongeren betrokken bij ten minste twee initiatieven om te participeren over aangelegenheden die hen aangaan (zie figuur 1). Er zijn geen data bekend over het aantal kinderen en jongeren.
Beleidsbeschrijvingen
Aanbeveling 17a. Schaf maximumleeftijden helemaal af voor het recht van kinderen om hun mening te geven
Leeftijdsgrens kindgesprekken
Sinds 1 januari 2026 is de leeftijdsgrens voor kindgesprekken bij echtsscheidingszaken verlaagd van 12 naar 8 jaar. Dit betekent dat kinderen, zonder hun ouders, hun mening aan de rechter mogen geven over de scheiding van hun ouders.
Aanbeveling 17b. Ga door met het verbeteren van maatregelen die deelname van kinderen bevorderen
Inspraak mogelijk maken voor jongeren
Een amendement van de Kamerleden Westerveld en Ceder, waarin wordt voorgesteld om inspraak als verplicht onderwerp op te nemen in de regiovisie, is op 26 maart 2025 aangenomen. Het doel van dit amendement is om te waarborgen dat er in elk geval een voorziening komt die inspraak mogelijk maakt voor jeugdigen en hun wettelijk vertegenwoordigers.
Overleg met ervaringsdeskundige jongeren in de jeugdzorg
Een gewijzigd amendement van Kamerlid Westerveld is aangenomen op 31 maart 2025. In dit amendement wordt geregeld dat de verantwoordelijke bewindspersonen overleg dienen te plegen met belangenorganisaties voor ervaringsdeskundige jongeren in de jeugdzorg. Financiële steun wordt met behulp van dit amendement structureel gemaakt, zodat organisaties kunnen investeren in een professionele organisatiestructuur om dit mogelijk te maken.
Online kinderrechten
Op 1 april 2025 dienen de Kamerleden Six, Dijkstra, en Ceder een initiatiefnota in over online kinderrechten. Hierin stellen zij dat het belangrijk is om met jongeren in gesprek te gaan over hun zorgen, wensen en verwachtingen over beleid rond online kinderrechten. De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties reageert hierop en zegt dat het ministerie het van groot belang vindt om kinderen bij digitale besluitvorming te betrekken. Daarbij wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de diversiteit aan leefomgevingen van kinderen en jongeren en wordt actief gezocht naar het perspectief van minder zichtbare jongeren. De staatssecretaris zegt toe interdepartementaal te bespreken wat de meerwaarde kan zijn van een onlinekinderrechtentop.
Participatie van kinderen bij beleid en besluitvorming
Op 1 april 2025 wordt een motie van Kamerlid Bruyning over participatie van kinderen bij beleid en besluitvorming aangenomen. In de motie wordt verzocht om te onderzoeken of er maatregelen kunnen worden genomen om de actieve participatie van kinderen bij beleid en besluitvorming te stimuleren en structureel te borgen.
Lancering Handreiking Kinder- en Jongerenparticipatie
Op dinsdag 29 april 2025 wordt de Handreiking kinder- en jongerenparticipatie gelanceerd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Deze Handreiking is bedoeld voor iedereen die bij of met gemeenten werkt aan jeugdparticipatie.
Jongerenparticipatie bij civiele weerbaarheid
Op 28 mei 2025 wordt een motie van het Kamerlid Six Dijkstra aangenomen om jongerenparticipatie bij civiele weerbaarheid te vergroten. De motie verzoekt de regering om met lokale besturen in gesprek te gaan over hoe jongeren structureel betrokken kunnen worden bij vraagstukken rond civiele weerbaarheid zoals crisiscommunicatie, noodsteunpunten en zorgverlening.
Ontwerp Nationale Jeugdstrategie
Het ontwerp van de Nationale Jeugdstrategie wordt op 4 september 2025 in Nieuwspoort overhandigd aan de Kamerleden Westerveld (GroenLinks-PvdA), Dassen (Volt Nederland), Rooderkerk (D66), Dral (VVD), Ceder (ChristenUnie) en Meijer (SP).
Opvolging Ontwerp voor de Nationale Jeugdstrategie
Op 13 oktober 2025 zegt het kabinet toe dat het passende opvolging zal geven aan het ontwerp voor de Nationale Jeugdstrategie. Dit doet het door de komende maanden te werken aan een jeugdconvenant. In dit convenant legt het kabinet vast hoe opvolging wordt gegeven aan het ontwerp en in het bijzonder op welke wijze betekenisvolle jongerenparticipatie structureel geborgd en gemonitord wordt. In de zomer van 2026 zou de kamer worden geïnformeerd over de voortgang. Dit is vooralsnog niet gebeurd.
Wet versterking positie ouders en leerlingen in het passend onderwijs
In 2025 treedt de Wet versterking positie ouders en leerlingen in het passend onderwijs in werking. Per 1 augustus 2025 krijgen leerlingen bovendien hoorrecht over het ontwikkelingsperspectief. Dit hoorrecht geldt specifiek voor leerlingen voor wie een ontwikkelingsperspectief is opgesteld, en dus niet voor alle leerlingen in het onderwijs.
Laatste ontwikkelingen
Programmaplan Maatschappelijke Diensttijd
Op 1 april 2026 wordt het Programmaplan Maatschappelijke Diensttijd gepubliceerd. In het plan staat jongerenparticipatie centraal in alle programmalijnen. De koers van de maatschappelijke diensttijd wordt bepaald in samenspraak met jongeren.
Nationaal Jeugddebat
Op 13 april 2026 vindt het Nationaal Jeugddebat plaats in de Tweede Kamer. 130 kinderen en jongeren gaan in gesprek met politici over actuele thema’s zoals vertrouwen in de politiek, veiligheid op straat, overgewicht en privacybewustzijn. Politici doen toezeggingen om aanbevelingen van jongeren in toekomstig beleid, programma’s of parlementaire debatten op te nemen.
Passend- en inclusief onderwijs
Op 24 april 2026 publiceert het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zijn beleidsbrief voor 2026-2030. Hierin schrijft het ministerie dat scholen meer ruimte moeten krijgen om onderwijs digitaal of op andere locaties mogelijk te maken om uitval van leerlingen tegen te gaan. Daarom start rond de zomer van 2026 de internetconsultatie van het wetsvoorstel Maatwerkmogelijkheden funderend onderwijs. In mei 2026 informeert het ministerie de Tweede Kamer over de stand van zaken van inclusief en passend onderwijs.
Interview
/ Donna Hermans

Kinderen ervaren een steeds groter gevoel van machteloosheid en een gebrek aan grip op hun toekomst.
“Waar ik het meest van wakker lig, is het gemak waarmee we de stem van kinderen en jongeren aan ons voorbij laten gaan”, aldus Donna Hermans, expert op het gebied van jeugdparticipatie.
“Participatie wordt vaak een soort ‘aftikboxje’: we hebben kinderen gevraagd wat ze ervan vinden, super! En doen er vervolgens niets mee.” Volgens haar ligt daar één van de grootste drempels voor jeugdparticipatie. Niet bij kinderen, maar bij volwassenen. “We zeggen dat we kinderen serieus nemen. Maar serieus nemen betekent ook dat hun mening gevolgen kan hebben voor wat wij doen. Een stem geven is makkelijk. Macht delen is moeilijk.”
Juist nu is dat volgens haar erg belangrijk. Kinderen ervaren steeds vaker een gevoel van machteloosheid en hebben weinig grip op hun toekomst. “Participatie kan kinderen laten ervaren dat hun stem ertoe doet en dat ze invloed kunnen uitoefenen op hun omgeving en hun eigen leven. Maar dat werkt alleen als die invloed ook echt bestaat.”
Wanneer kinderen wel worden gevraagd naar hun mening, maar er vervolgens niets met die mening gebeurt, kan participatie volgens haar zelfs averechts werken. “We moeten daarom toe naar een samenleving waarin kinderen ervaren dat er naar hen wordt geluisterd, dat het ertoe doet wat zij denken en vinden en dat hun stem daadwerkelijk invloed kan hebben.”
Wel aan tafel, maar nog steeds niet gehoord
Het meest schrijnende binnen haar werk is de manier waarop jeugdparticipatie in Nederland vaak wordt vormgegeven. “We zijn er beter in geworden om kinderen een plek aan tafel te geven, maar geven die plek nog veel te weinig echte invloed.”
Volgens haar is alleen luisteren niet genoeg. Kinderen moeten niet alleen de mogelijkheid krijgen om hun mening te geven, maar ook kunnen ervaren dat die mening daadwerkelijk iets veranderd.
Beter zicht op jeugdparticipatie
Op dit moment zijn er volgens haar nauwelijks data beschikbaar. Daardoor weten we onvoldoende hoe vaak kinderen en jongeren worden betrokken en of die betrokkenheid ook daadwerkelijk betekenisvol is. “Als we niet kunnen meten hoe het gaat met jeugdparticipatie, kunnen we ook niet concreet actie ondernemen en de Rijksoverheid aanspreken op het onvoldoende naleven van artikel 12 van het VN-Kinderrechtenverdrag en de aanbevelingen van het VN-Kinderrechtencomité.”
Een jaarlijkse monitor zou volgens haar niet alleen moeten meten hoeveel kinderen en jongeren participeren, maar ook naar de kwaliteit van die participatie moeten kijken.
“Worden kinderen alleen gevraagd om mee te praten, of hebben zij daadwerkelijk invloed op de uiteindelijke besluitvorming? En krijgen ze teruggekoppeld wat er met hun inbreng is gebeurd?”
Juist die informatie is volgens haar nodig om jeugdparticipatie structureel te verbeteren.
OVER DE EXPERT
Donna Hermans is lobby- en advocacy officer bij Save the Children en gaf ons haar mening over de stand van zaken en ontwikkelingen binnen het thema kinder- en jongerenparticipatie.